16 december – een week voor kerst, een memorabele dag. We beginnen deze vrijdag met een gesprek met de voegers. De twee grote mannen in teletubbie-achtige pakken hebben een helse klus geklaard – de voegen van de zuidwest-vleugel zijn verwijderd (ze waren kneiterhard), twee van de vier ankers zijn schoon gemaakt (ze waren volledig verroest, waardoor de muur op sommige plekken scheuren vertoonde van meer dan een centimeter) en ze willen verder. Ik ga akkoord en feliciteer ze: het regent even niet. Ik ga naar binnen, zet koffie en zit aan bij de vergadering met Peter en Margreet van de gemeente, collega Andre, en Martijn van het ministerie van I&M. Martijn wil vanuit de Rijksoverheid meer te weten komen over de gemeente, hoe de communicatie tussen de overheden beter kan, wat de Rijksoverheid anders zou kunnen doen. Na twintig minuten wordt op de deur geklopt: ‘he, moppie, je bent ons zeker weer vergeten he!?’ De voegers. Ik wijt mij even aan mijn koffiedame-taken – er is verder niemand op kantoor. De voegers en ik, we dollen wat over ditjes, datjes, dames en andere bouwzaken. Ik schenk koffie en ga weer ter vergadering.
Na tien minuten komt er een tractor het terrein oprijden. Langs het raam van de vergaderzaal zie ik alleen wiel – het is rubber tot aan de bovendorpel van het raam. Ik verexcuseer de vergadering met de opmerking dat de samenwerking tussen beide overheden eenzelfde flexibiliteit behoeft als die de koffiedame annex bouwbegeleider heeft. Het bedrijf Mense BV rijdt niet alleen de reuzenwielentractor het terrein op, ook een hakselaar in maxiformaat komt aanrijden. ‘Waar staat de boom?’ wordt mij gevraagd. En of ik van Prorail ben. Dat ben ik niet, maar we zijn er gauw uit: de volstrekt overgroeide conifeer van minimaal twintig meter hoog moet weg. Met veel geluid is de struik in een mum van tijd verdwenen.

Terug naar de vergadering. Deze wordt net afgesloten met de woorden dat dit meer dan nuttig was en dat hieraan een vervolg moet worden gegeven. En zo geschiedde – er is een vervolgafspraak gemaakt. Ik regel de laatste zaken met de voegers en de hakkers van Mense en vertrek richting Naarden voor mijn jaarlijkse wandeling met vriend Willem. Net voor ik op mijn fiets wil springen richting station, komt Frits op mij afstormen met de mededeling dat de wc’s niet meer doorstromen… Willem bellen, afspraak verzetten. Nee, kan niet, hij is de enige Nederlander zonder mobiel. Okee, tijd winnen, niet met de trein maar met de auto. Via de voormalig beheerder Bart kom ik achter de riool- en putdeskundigen. Deze werkten voorheen alleen in opdracht van de NS, of Prorail. En weten dus niet met wie ze nu te maken hebben. Ik leg het uit en met de handen in het haar rij ik naar Naarden. Ik verander terstond van plan, ik haal Willem op en neem hem mee naar het Seinwezen. ‘We gaan niet op de Hilversumse hei, maar langs het Bloemendaalse strand wandelen’ leg ik hem mijn actie uit.
Aangekomen op het Seinwezen beantwoord ik nog 22 vragen van de voegers en samen met Willem en Bart trekken we de put open. Tot aan het randje vol, nee erover. De deksel wordt bijna getorpedeerd. Vreemd, want de put wordt automatisch geleegd als deze bijna vol is. Of liever: zou moeten worden geleegd. Het mechaniek heeft gefaald. De firma Kuijt brengt redding – ik SMS een geschreven opdrachtbevestiging. Willem en ik gaan wandelen. Na vier uur – het is inmiddels avond en donker – rij ik rij terug naar het Seinwezen, even wat laatste dingen regelen. De firma Kuijt voor de deur. ‘Mijn collega had de sleutel van de kast’, verklaarde de monteur zijn verlate werkzaamheden. ‘Dus kon ik niks doen’. De put ligt open, op zijn verzoek draai ik de brandslang los zodat de put wat extra water krijgt. Het elektrisch mechaniek slaat aan, de pomp gaat werken. De vloed van stront en papier ebt langzaam dieper in de put tot het weg is, het riool in. Voor alle duidelijkheid: we zijn ‘indirect’ op het riool aangesloten. Als de sluizen niet open gaan, loopt de put vol en hebben we een overstromingsprobleem.
Na een uur is ook deze klus geklaard. Ik zijg neer. Die nacht worden de laatste restanten bliksemafleider van de muren gesloopt en gejat. Het beetje koper zal amper een tientje opbrengen – het grootste deel is vorig jaar er al afgejat. Ik zeg het nog maar een keer: dit was een memorabele dag.




